dinsdag 27 juli 2010

Ngu bedankt

"Meneer, mag ik u iets vragen?" Ruw werden mijn gedachten verstoord. Op het station in Schiedam stond een jongen naast me. Aziatische gelaatstrekken, earplugs om zijn nek, hippe kleding. "Waar gaat uw reis naartoe?" "Naar Leiden, hoezo?"
"Nou, da's toevallig ik moet ook naar Leiden en als u een kortingskaart hebt, zou ik dan op uw kaart mee mogen reizen? Dat scheelt mij toch weer een paar euro's."
Ooit eerder heb ik op deze manier bijgedragen aan de kostenreductie van twee studenten. De conducteur van toen vond dat niet goed. Duidelijk geërgerd om ons leugenachtige verhaal, gaf hij ons een preek dat dit echt niet kon. Gelukkig kwamen we er toen met een waarschuwing vanaf. Dit keer was ik van plan het beter aan te pakken.
"Oké, je kunt op mijn kortingskaart meereizen, maar dan gaan we wel bij elkaar zitten. Heb je een retourtje?
"Ja, dat heb ik. Ik moet even iets ophalen voor mijn moeder en vanmiddag weer terug zijn."
Wachtend op de trein, probeerde ik mijn gedachten weer te ordenen. Voor een tentoonstelling over bootvluchtelingen zat ik met het dilemma dat er twee soorten vluchtelingen zijn: de economische en de politieke. Beide typen moeten in de tentoonstelling voorkomen, maar omdat het zeker in hulpverleners- en immigratieland twee elkaar uitsluitende categorieën zijn, vond ik het lastig ze in een tentoonstelling onder te brengen. Wat wordt nu de binding tussen de economische bootvluchtelingen uit Afrika en de om politieke redenen gevluchte 'bootmensen' uit Vietnam? Ik zag dat in het geheel niet zitten.
Eenmaal in de trein, knus naast elkaar gezeten, begon Ngu - zoals hij bleek te heten - in snel tempo te praten. Tot Leiden hield hij vol. Ngu kwam uit Spijkenisse, was zeventien jaar. Had een Chinees vriendinnetje. Liever hadden zijn ouders gezien dat zij Vietnamees was geweest. Maar Ngu zag dat niet zitten. Nederlands trouwens ook niet. Chinees was beter: wel Aziatisch, maar niet Vietnamees. Dat was een goed compromis. Hij was in Nederland geboren, zijn oudere broer en ouders in Vietnam. Thuis was het nog Vietnamees. Zijn moeder runde een loempiakraam in Capelle. Hij had het goed in Nederland en Vietnam hoefde hij niet te zien.
Ik wilde mijn groeiende nieuwsgierigheid naar dat Vietnam niet al te veel tonen en liet hem praten. Naast mij zat een zelfverzekerde tiener die bedrijfskunde ging studeren, maar leefde in twee werelden. Het Nederland waarin hij was opgegroeid en waarin hij zijn weg wist te vinden. En de wereld van het Vietnam, vanwaar zijn oudere familieleden in de jaren zeventig waren gevlucht, per boot, om te ontkomen aan de onderdrukking, de opvoedingskampen en de martelingen van het nieuwe communistische regime.
Leiden naderde en het verhaal van Ngu galmde in mijn hoofd. De deuren gingen open. Ngu nam afscheid, sprong op en verdween in de drukte. Het enige dat ik in de gauwigheid nog kon uitbrengen was: 'bedankt'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten