donderdag 15 december 2011

Fietsen in Brussel

Stel je voor: je bent al maanden, misschien wel meer dan een jaar bezig met het opzetten en uitdenken van een onderzoek. Boeken lezen, met mensen praten, denken over het onderwerp, voorstellen schrijven, herschrijven, erover praten met degenen die het (nog steeds) willen aanhoren. Uiteindelijk ligt er een weloverwogen opzet. Zo goed doordacht dat er niets meer aan hoeft te worden gewijzigd. De vraagstellingen zijn namelijk duidelijk, de afbakening van het onderzoek is duidelijk en zelfs de planning en hoofdstukindeling zijn af. Dat gaat goed denk je dan. Totdat iemand in een commentaar op je werk in een bijzin zich afvraagt of het niet anders moet.
Dat overkwam mij afgelopen maandag.

Tijdens een bijeenkomst in Brussel waarin ik mijn onderzoeksvoorstel naar de Nederlandse offshore industrie presenteerde maakte Ruben een terloopse opmerking: waarom maak je geen vergelijkingen met de andere Noordzeelanden, zoals Engeland, Noorwegen en Denemarken? Dan pas kun je echt bewijzen dat de Nederlanders beter waren dan de Noren, Britten of de Denen!

Tja, waarom eigenlijk niet? Het antwoord wist ik al: ik zou niet weten hoe! Met de gedachte had ik namelijk al een tijd gestoeid, maar was er niet uitgekomen. Essentieel voor het onderzoek leken mij andere onderwerpen: de verdeling van de Noordzee en de rol van het Nederlandse bedrijfsleven daarin, bijvoorbeeld. Of de technieken die de Nederlandse offshore sector had bedacht om de bouw van platforms, het vervoer van materialen over de Noordzee of het leggen van oliepijpleidingen efficienter en goedkoper te maken. Een voorwaarde om deze extreem dure activiteit überhaupt van de grond te laten komen. Daarover was nog niets diepgravends geschreven. Dat was pas interessant! En om deze Nederlandse gang van zaken te vergelijken met die van andere Noordzeelanden leek me echt een brug te ver.

Al fietsend door Brussel, rechte stampvolle wegen, regen en avondschemer, bleef de vergelijkingsgedachte hangen. En alsof er een schakelaar omging kwam plots de oplossing: als ik nou eerst het Nederlandse deel uitzoek, de hoofdstukken iets anders groepeer, het mondiale aspect laat vallen en dit gebruik om de vergelijking te en met enkele andere Noordzeelanden? Dan moet het toch kunnen!? De oplossing klonk kinderlijk eenvoudig. De gedachte eraan liet me niet meer los. Nu de anderen nog overtuigen: Jeroen van het museum en de hoogleraar aan de Erasmus. En dan: boeken lezen, voorstel herschrijven, vraagstellingen herformuleren, planning aanpassen, hoofdstukindeling opnieuw bekijken en zoeken naar mogelijke nieuwe bronnen. Ruben je wordt bedankt!